watermolenlandschappen

Wat zijn watermolenlandschappen?

Wie goed kijkt, ziet dat watermolens op logische plekken in het landschap zijn gebouwd. Ze maken slim gebruik van dat natuurlijke landschap. Door de eeuwenlange opstuwing van het water hebben watermolens op hun beurt het bekenlandschap vorm gegeven. Dat leverde bijzondere landschappen en waardevolle natuur op.

Logica van het landschap

Watermolens waren de eerste ‘krachtcentrales’ van Brabant. Ze speelden een cruciale rol in de landbouwkundige en economische ontwikkeling. Ze werden gebouwd op logische plekken in het landschap: plekken waar genoeg water was, genoeg verval en waar het gemakkelijk was om een molen te bouwen zoals daar, waar het beekdal smal was. In Brabant liggen molens daarom vaak op plekken waar de zuid-noord gerichte beken zich door de oude oost-west gerichte dekzandruggen wurmen, of op de rand van de geologische breuklijn van de Roerdalslenk.

Knooppunten in het wegennetwerk

Doordat watermolens het beekdal afdamden, waren het deze locaties waar mensen de beek konden oversteken. Zo werden watermolens knooppunten in het historische wegennetwerk. Op oude kaarten zijn die oude wegen vaak goed te zien. Op moderne hoogtebeelden zijn soms ook eeuwenoude karresporen te zien die naar de molen leiden. Door hun ligging hadden molens vaak ook een militair-strategische functie. Vaak lag er in de buurt van de molen een boerenschans, een verdedigingswerk, een kasteel of een huis met een gracht eromheen. Bij veel molens is in de loop van de eeuwen gevochten, bijvoorbeeld bij de Franse invasie in 1794 of tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op veel molenplaatsen komen talloze verhalen samen.

Watermolens vormden het landschap

Watermolens volgen niet alleen de logica van het landschap; in de afgelopen eeuwen hebben watermolens het landschap ook gevormd. Zo ontstond bij elke watermolen een watermolenlandschap. Zo’n landschap bestaat grofweg uit:

  • De watermolen zelf en de bijbehorende gebouwde monumenten zoals dammen, stuwtjes, schuren;
  • De direct-gerelateerde oppervlaktewateren (zoals weijers en sloten), vloeiweiden en infrastructuur (wegen, bruggen);
  • Het hydrologische invloedgebied van het opgestuwde water (de zogenaamde ‘stuwschaduw’).

Natter gebied om de molen heen

Juist die hydrologie is kenmerkend voor een watermolenlandschap: doordat het water in de beek omhoog werd gezet, zodat er meer verval was om de molen te laten draaien, werd het achterliggende gebied natter. Soms ging het om een gebied van wel twee kilometer stroomopwaarts. In de loop van honderden jaren ontstonden in deze nattere gebieden specifieke (veenachtige) bodems met specifieke, waardevolle (natte) natuurwaarden. Ook het stuwlandschap – vaak molenbroek of vloed genaamd – had vaak een specifieke, herkenbare inrichting.

Waterberging

De overstromingszones boden eeuwenlang ruimte voor waterberging. Het slibrijke water zorgde voor een natuurlijke (lichte) bemesting van de beemden. De overstromingszones fungeerden ook als migratie- en leefgebied voor tal van planten- en diersoorten, waaronder zelfs beekvissen. Die gebruikten de overstromingsvlakten niet alleen als migratieroute, maar ook als voortplanting- en opgroeigebied. Veel beekdallandschappen die op het eerste gezicht ‘natuurlijk’ aandoen, zijn specifiek gevormd door de eeuwenlange aanwezigheid van watermolens.

De watermolenlandschappen van de 21ste eeuw

De omgeving van een watermolen is nog steeds van belang voor het functioneren daarvan. Hoewel historische watermolenlandschappen vaak landschappelijk zijn vervlakt, zijn ze op veel plekken nog steeds te beleven. Sommige kunnen een heel natuurlijke aanblik hebben als er, afgezien van het gevoerde stuwbeheer, nauwelijks andere menselijke activiteiten plaatsvinden. De beekdalvlakte wordt dan dankzij het overwegend natte karakter bepaald door vochtige tot natte broekbossen en (veen)moeras. Een watermolenlandschap dat dit semi-natuurlijke landschapsbeeld dicht benadert, is dat van de Venbergse molen[Insite link naar Uitvoeringsprojecten]bij Valkenswaard. Is de menselijke invloed groter, dan zie je afwisseling: veenmoeras en moerasbos worden er in meer of mindere mate afgewisseld met vochtige tot natte, jaarlijks gehooide, niet of nauwelijks bemeste graslanden, vaak begrensd door houtwallen. Dit watermolenlandschap wordt ook wel bestemdpeld als een half-natuurlijk (cultuur)landschap. Een goed voorbeeld hiervan is molenlandschap van de Collse molen.

Verdwenen landschapselementen

Zowel het semi-natuurlijke als het half-natuurlijke landschapsbeeld kwam vroeger veel voor. Is het grondgebruik agrarisch gezien veel intensiever geworden, dan overheersen vaak soortenarme cultuurgraslanden op de beekdalvlakte. Ook andere landschapselementen ontbreken dan vaak grotendeels. Niet zelden is daar een peilverlaging aan vooraf gegaan. Dit type molenlandschap komt tegenwoordig het meeste voor. In sommige gevallen zijn de molenlandschappen door stedelijke uitbreiding in stedelijk gebied komen te liggen, waardoor hun karakter sterk is gewijzigd ten opzichte van de historische situatie. Uitzonderingen zijn de watermolenlandschappen die vanouds al in stedelijk gebied lagen. Hier heeft het molenlandschap altijd al een stedelijk karakter gehad.

‘Kralensnoer’ van vijftig molens

Vanaf de brongebieden in België tot aan de monding in ’s-Hertogenbosch stonden nog niet eens zo heel lang geleden meer dan vijftig watermolens. Ze stonden op zulke afstanden van elkaar dat de bovenstroomse molen geen last had van het opgestuwde water van de benedenstroomse molen. Zo ontstond als het ware een kralensnoer van watermolens met bijbehorende stuwlandschappen. Dit kralensnoer is van grote invloed geweest op het waterbeheer van de gehele Dommel en op het hele bekenlandschap.

LAATSTE PUBLICATIES

Watermolenlandschap inspiratiebron voor ontwerpatelier tijdens Landschapstriënnale

Lees meer

Podcast ‘Verborgen in het volle zicht’ gelanceerd

Lees meer

Geocaches Wolfswinkel leggen rijk verleden bloot

Lees meer

Beluister hier de podcast 'Verborgen in het volle zicht'

Vul uw e-mailadres in om onze NIEUWSBRIEF te ontvangen:

*verplicht